Pagina's

donderdag 27 juni 2013

Prietpraat over tradities, rituelen en regen.



                                                              
                                                               Terschelling        
                                                   

 
                                                              Regen op Terschelling


Van vakanties houd ik. En vooral van Terschelling en van de zee. We gaan al zeker meer dan 15 jaar naar Terschelling en eigenlijk maakt het weer me niet uit maar in al die jaren dat ik daar kom heb ik nog nooit de zon gezien. Laat staan dat ik daar in badpak in de zon heb gezeten of dat ik in de zee ben geweest. Men zegt dat Terschelling altijd de meeste zon uren van het land heeft… nou, ik kan het je verzekeren ,…....dat heb ik nog nooit mee gemaakt. Vergeet het maar. Ook dit jaar kwam de regen vol overgave naar beneden. Vond ik het vorig jaar in de lente al koud en nat met 17 graden, dit jaar was het in zomer met 12 graden en nog meer regen nog kouder dan anders. Het vreemde is is dat ik dat vaak heb. Regen bedoel ik. Een uitje met een vriendin naar Kampen,… regen. En niet even..…   nee…. meteen de hele dag. Even met de honden uit…regen.
Een dagje met mijn moeder naar Ootmarsum…regen.
Een kampeer weekje met mijn zus in Drenthe. Spontaan ontstond er een vijver voor onze tent.
 

                                                            Terschelling

Afgelopen week ging ik voor mijn verjaardag naar Enschede…. Even een terrasje pakken met wat familieleden. Gezellig. Het was warm weer die dag en geen wolkje aan de lucht maar toch,….. Tussen de middag kwam de regen zo maar uit het niets naar beneden en in  5 minuten tijd was de straat, waar ik net nog met zomerse slippers gewoon door heen had gelopen, in een kolkende rivier veranderd en was mijn auto tijdens de vlucht uit Enschede door een ondergelopen viaduct tijdelijk stuur en remloos geworden zodat ik met een diepe zucht toch moest beamen dat ook met mijn verjaardag de regen met volle overgave naar beneden was gekomen.

Nu houd ik niet alleen van vakanties maar ook van tradities. Verjaardagen, vind ik, moeten breed uit gevierd worden. Liefst met zo veel mogelijk mensen en gezelligheid. Lekker eten en natuurlijk met cadeaus. Huwelijken en begrafenissen, geboortes, iets anders te vieren. Deel het met anderen. Ik vind dat ze vol op gevierd, herdacht of op een andere manier een plek moeten hebben in iemands leven.1 van die leuke tradities vind ik het vlaggen. Er zijn weinig landen die zo enthousiast vlaggen als Nederland. Als mensen de vlag buiten hangen dan willen ze iets zeggen, iets laten zien. Er valt iets te vieren, te herdenken of men wil iets aangeven.
 
 
                                                              West aan Zee

 
Dit jaar op 25 april 2013 vond ik dat het tijd werd om de Zuid Molukse vlag uit te hangen.Uit respect voor mijn vader en de vele Molukkers die strijden en gestreden hebben voor een vrije Republiek der Zuid-Molukken en om te herdenken dat 63 jaar geleden de vrije Republiek der Zuid-Molukken werd uitgesproken besloot ik de RMS vlag uit te hangen. Republik Maluku Selatan.. Jawel. Ik kan het hier doen. Molukkers op Ambon hebben geen recht van vrije meningsuiting.
Toen ik Marten vroeg of hij de houder van de vlaggenstok aan ons huis wou bevestigen zei hij: Echt niet, ik schaam me dood. Als je de vlag buiten hangt dan kom ik niet thuis. Ik lijk wel een burgerman Ik keek hem aan wees hem op mijn vader. Die gevochten had voor de RMS. Het onrecht en de gevolgen van al dat vechten. En ik keek hem nog eens zeer streng en zeer Moluks aan. Paar dagen later was de houder gemonteerd en toen op 25 april de Molukse vlag er hing keek ik er met gepaste trots naar. Zelfs Marten keek trots en zat s'avonds gewoon zijn Molukse maaltje te eten.
  
                                                           De RMS vlag
 
Kort daarop was het 30 april. Koninginnedag. De laatste keer dus want daarna zou Koninginnedag koningsdag heten en niet meer op 30 april worden gevierd. Kijk dat is nou jammer. 30 april was eigenlijk altijd een beetje mijn verjaardag. Tenslotte heet ik Juliana. Dat is trouwens ook de enige binding die ik heb met het koningshuis. Maar goed …dit ter zijde. Ik vond het altijd een hele happening. Koninginnedag. Lekker gezellig de stad in, iedereen vrolijk en overal is wel wat te doen. En het mooiste... overal hangt de vlag uit. Op 30 april geen koninginnedag meer en dus voor mij geen anonieme verjaardag meer. Dat is dus voorbij.
 
Nu dan pak ik mijn verjaardag dit jaar groots aan. Want ik hou van een feestje. Ik besluit mijn verjaardag te vieren op een andere dag in zomer zodat ik verzekerd ben van mooi weer. En geen regen. Maar voordat ik een groot feest ga geven wil ik mijn 50 jaar afronden met een ceremonie. Een ritueel.
Paar dagen voor mijn verjaardag ga ik samen met mijn zusje op pad.
De ceremonie staat in teken van afscheid  nemen van het oude en en het nieuwe verwelkomen. Het is niet alleen een afscheid van de afgelopen 50 jaar maar ook van situaties uit levens hier voor.
Je weet toch  nog wel…in mijn verhaal ”het land van ooit” schreef ik al over een kijkje in een vorig leven waar ik duidelijk iets met het sjamanisme van doen had gehad. En wat ik mij pas weer herinnerde toen ik toevallig een keer op een markt veren had gekocht bij een Indiaanse standhouder. Ik schreef toen al “dit muisje krijgt een staartje” En zo was het. In een sneltrein vaart kreeg ik daarna iets te leren over het sjamanisme maar dan op een natuurlijke weg. Via mijn intuïtie en waarschijnlijk met kennis die ik al bezat uit een vorig leven. En natuurlijk met behulp van de andere kant en mijn gidsen.
 







Het meer naast de krachtplaats.
 

Voor de ceremonie had ik van te voren al een krachtplaats uitgezocht midden in een groot bos in het Drents landschap. De krachtplaats werd niet vaak bezocht door mensen maar toch nog wel vaak genoeg zodat mijn zus  zich afvroeg of  ik het toch niet beter ergens anders kon gaan houden. Ik zei haar dat ik dat van het moment zou laten afhangen. Ondertussen had ik alles bij elkaar gepakt wat ik voor een mooi ritueel nodig had. Een emmer, waxine lichtjes, wat stenen, een koord, mijn gebeden, etc. Alles voor een mooi ritueel. We zaten nog maar net in de auto toen het ineens heel hard begon te regenen. Ja hoor. Het was niet waar. Mijn zus en ik keken elkaar aan ….. regen… en net scheen de zon nog en zaten we achter het huis. Het moet zo zijn zei mijn zus. Bepakt en bezakt kwamen we aan in het bos. Mijn zus zuchtte nog eens flink en zette dapper door terwijl we kledder nat werden. Dwars door al het struik gewas en smalle paadjes heen kwamen we op de krachtplek aan. We waren net 2 verzopen sjamanen. En we wisten het zeker….. zolang het zou regenen zou hier geen mens komen en zouden we niet gestoord worden. En zo was het ook. In de stromende regen, afgeschermd door de prachtige boom waar ik onderstond maakte ik een cirkel van bloemen en plaatste de stenen en de kaars op de juiste plek. Na toestemming te hebben gevraagd aan de krachten van die plek begonnen we aan het ritueel. Op het moment dat ik de laatste zinnen had uitgesproken van het ritueel en ik het licht aanriep verscheen de zon. Ons ritueel was ten einde en in de verte hoorde ik de eerste mensen er weer aan komen. Zo mooi kan het dus ook zijn met de regen. Toen ik dat tegen mijn zusje zei, zei ze me: Ja, je houd toch zo van water en water is reinigend. Jij brengt reiniging met je mee. Ja, Fijn,….. zei ik terwijl ik  aan de vakanties in Terschelling dacht.
 
 

zaterdag 9 maart 2013

Een Molukker in Nederland


In de wachtkamer zat ik samen met Marten te wachten op het moment dat ik opgeroepen zou  worden. Het was die dag een extreem koude dag en lopen kon ik nog steeds niet goed. Ik keek op toen er een man binnen kwam. Ik kon alleen zijn rug zien. Vreemd, hij had precies het postuur als dat wat mijn vader ooit had gehad. Slank, mager bijna. Ik schatte hem dezelfde leeftijd ook. Hij droeg net zo’n vreemde kleur oranje lichtbruine trui. Een kleur die alleen maar bepaalde type mensen staat. Hij had een iets lichtere tint als mijn vader dat wel maar verder leek hij er toch heel veel op. Ik keek nog eens naar de man en moest glimlachen. Onbewust zuchtte ik. Dit had mijn vader kunnen zijn dacht ik. Ik liep zo goed als dat ging naar de kapstok waar de man nog bezig was met zijn jas uit te doen. Ik keek de man aan en zei : ”dat is een goed idee. Ik hang mijn jas ook maar op anders krijg ik het straks nog kouder. De man keek mij kort glimlachend aan. Ik liep al weer terug en had genoeg gezien.

De man ging tegenover ons zitten en zei met een zachte stem: “Koud he. Ik kom helemaal van de stad en heb goed opgelet met mijn hoofd maar ook met mijn hart.Terwijl hij zijn hand op zijn hart neer vleide. Hij keek mij vriendelijk aan. 

Vandaag valt het nog mee vergeleken met van de week zei Marten. Toen was het nog kouder. Ja, zei de man, ik heb me toch koude voeten. Ik knijp mijn tenen nu ik hier zit ieder keer in elkaar dan blijven ze lekker warm. Terwijl hij dat zei bewoog hij met zijn oude toch nog lenig uitziende vingers alsof het zijn tenen in zijn schoenen waren. Ik heb het nog nooit zo koud mee gemaakt hier in Holland. Toen ik pas aankwam was het ook zo koud in 1954/1955 zei de  man. Dat kan kloppen, zei ik, dat zei mijn vader ook altijd. Ach, zei de man, kwam uw vader dan ook uit Indonesië? Ik knikte. Hij lichte op en zei:,,van waar kwam uw vader dan als ik vragen mag? Van Soerabaja ?´´ Dat niet, zei ik. Ach, wat jammer, zei de man. Soms ontmoet je elkaar weer op vreemde plekken of via onbekende mensen.

Hij vertelde dat toen hij weer eens terug was geweest in Indonesië hij er een man had ontmoet die er als zwerver bij liep maar die, naar  later bleek, perfect Nederlands sprak en uit Leeuwarden kwam. Eigenlijk helemaal niet iemand om van te verwachten dat hij zwerver zou worden in Indonesië. Vreemd hoe het kan lopen, zei de man.
 
 
De man praatte zacht en ik kon merken dat hij intelligent was en dat hij alles was wat mijn vader niet was geweest. Behalve dan dat ze allebei intelligent waren en dezelfde goed smaak van kleren hadden. Dezelfde soort moderne bruine schoenen, dezelfde bloes en dezelfde soort trui, broek en jas. Dezelfde uitstraling ook, op een bepaalde manier, alleen deze man was wie hij was en dat was goed.

Dat was mijn vader niet. Dat was mijn vader nooit. Mijn vader praatte nooit en zeker niet met een liefdevolle zachte stem. Mijn vader was tijdens zijn leven zichzelf al lang geleden kwijt geraakt aan een oorlogsverleden wat hem zijn hele leven heeft achtervolgd. Mijn vader was heel intelligent, en had een heel sterk karakter en was altijd vol doorzettingsvermogen geweest. Mijn vader was een bijzonder man. Maar mijn vader was nooit een echte vader geweest hoe hij ook zijn best deed om dat te zijn. Hij was wel mijn vader. Van wie ik altijd heel veel hield en ik wist dat hij dat ook van mij deed. Vlak voor dat hij stierf zei hij mij dat ook. Mijn vader… het was een vreemde man. Vervreemd van de wereld en van zichzelf. Levend in zijn eigen wereld.

Psychisch, eigenlijk al vanaf zijn jeugd, was mijn vader langzaam aan kapot gegaan. Zijn vader was gestorven in gevangenschap tijdens de Japanse bezetting en dat had mijn vader van dichtbij meegemaakt. Toen mijn vader uiteindelijk in Nederland aankwam had hij er met zijn ong.20 jaar al een half mensenleven op zitten en hoopte hier op een nieuw leven. Met hoop op een terugkeer naar de Molukken. Naar zijn familie. Niet wetende dat dat nog heel lang zou gaan duren en dat hij zijn geliefde moeder nooit weer zou zien en dat hij haar altijd zou blijven missen tot aan zijn sterfbed toe. Niet wetend dat hij hier zou trouwen zonder zijn directe familieleden om hem heen, kinderen zou krijgen, een leven vol heimwee zou krijgen en hier zou sterven om in de Nederlandse aarde begraven te worden. Met als enige familie zijn gezin.

De eeuwige heimwee naar al wat hem lief was geweest, heimwee naar dat wat was, naar een land dat allang niet meer bestond, zoals hij het had achter gelaten. Verscheurd…tussen wat was, wat is en wat had moeten zijn. Degene die hem lief hadden, zijn vrouw en kinderen, die kon hij tegen het einde van zijn leven steeds moeilijker zien. Af en toe wel om langzaam aan te verzanden in de wurg greep van het donker. Het verleden. Hij wist het zelf niet. Hij had het ook niet door. Soms wel,…. maar dan werd alles weer grijs.
Dan zei hij: wat gebeurt er toch met me Juul. Waarom heb ik het zo koud en waarom doet mijn hoofd zo raar. Ik wist wel waarom maar kon hem dat niet zeggen en ook niet uitleggen. Hij zei dan:” ik hoop dat niemand van jullie dit hoeft mee te maken wat ik mee maak”

En gek genoeg nu, als ik er op terug kijk, heeft hij heel erg lang letterlijk en figuurlijk het hoofd boven water weten te houden op een wel heel bijzondere moedige, dappere en knappe manier. Want wat hij meemaakte was inderdaad verschrikkelijk en moeilijk uit te leggen aan andere mensen als je het niet zelf hebt mee gemaakt of van dicht bij hebt meegemaakt. Mijn vader….die heel zijn leven lang op verschillende manieren tegen de demonen van het verleden had gevochten stierf uiteindelijk in maart 2011 nu twee jaar geleden op 80 jarige leeftijd. Tot het eind toe bleef zijn hart sterk. Net zoals hij zelf altijd ongelofelijk sterk en wilskrachtig was geweest in de hoop te kunnen winnen van het verleden. Hij verdronk letterlijk opnieuw maar nu in zijn eigen longvocht. Het duurde te lang, de dood duurde te lang en zijn hart bleef maar kloppen terwijl het vocht al over zijn lippen kwam. Deze dood gunde ik hem beslist niet maar er was niets dat we konden doen voor hem in dat opzicht.

Samen met mijn zusje hebben we mijn vader geholpen met sterven zo goed als we konden en geprobeerd en hem te beschermen tegen de demonen die hij tegen zou komen. Met mijn moeder naast zijn zij en mijn andere zusjes om hem heen stonden wij biddend aan het voeten eind van zijn bed.Telkens als het donker kwam wisten mijn zusje en ik hem met behulp van het Hogere, het licht, onze gidsen en heel veel engelen uit de klauwen van het donker te houden.

Mijn vader…… de prijs van een heel leven. Ik vond hem erg groot, die prijs, maar wie ben ik, ik kan niet verder kijken dan dat ik kijk.
Uit de verte hoor ik een stem die mij uit mijn gepeins haalt en ik kijk op. Het is de huisarts. Ze vraagt of ik mee kom. Ik sta op en groet de oude man en zeg met een glimlach tegen de huisarts en de man:’’ en het was net zo gezellig hier